Schelde

L'Escaut, Scaldis of ’t Scheld’, vele vlaggen die één lading dekken. Het gaat hier om de 355 kilometer lange rivier met Noord-Franse roots, gelegen in totaal 21 000 kilometer stroomgebied. Vanaf haar bron bij Gouy-Le-Câtelet in Frankrijk stroomt ze dwars door Vlaanderen en Zeeland naar de Noordzee.

 

De Schelde is tegelijk een regenrivier en een getijdenrivier. Vooral in de bovenloop van de rivieren van het Scheldebekken is de neerslag van doorslaggevend belang voor de waterstand.

 

Stroomafwaarts van Gent overheerst de invloed van het getij. Het is bijzonder dat de getijden zover landinwaarts doordringen, 160 kilometer van de monding bij Vlissingen (Nederland). In Gent doen sluizen in de Schelde de getijdenwerking abrupt stoppen.

 

Vanaf haar bron tot in Gent heet ze Bovenschelde. Eens de Gentse sluizen voorbij krijgt de dagelijkse getijdenwerking de rivier in haar greep. We spreken dan van de Zeeschelde. De landsgrenzen voorbij noemen onze Noorderburen de rivier Westerschelde. Daar vormt de rivier een weidse arm, die uitmondt in de zee. Zo’n verbrede trechtervormige riviermonding waar zoet rivierwater en zout zeewater vermengd worden en eb en vloed zich sterk doen voelen, heet in geografische kringen een ‘estuarium’.

 

Lees meer over de geschiedenis van de Schelde