terug naar het overzicht

Europa luidt alarmbel over zoetwatergetijdennatuur

Zoetwatergetijdengebieden blinken uit in variatie: van slikken en schorren over rietland tot wilgenvloedbos. Foto: Lippenbroek (Hamme). 

Uit de jongste lijst van Europese ‘rode’ habitats blijkt dat zoetwatergetijdengebieden in West-Europa steeds meer in verdrukking raken. De inname van natuur door de mens, indijking en klimaatverandering zijn de voornaamste bedreigingen.

Slikken en schorren, geulen en kreken, wilgenvloedbossen of rietvelden onder invloed van het getij: zoetwatergetijdennatuur wordt een steeds schaarser goed. Dat blijkt uit het Europese rapport met ‘rode’ (lees: bedreigde) habitats, dat jaarlijks in opdracht van de Europese Commissie wordt opgesteld. Zoetwatergetijdengebieden zijn niet alleen kwetsbaar, ze zijn ook in hun voortbestaan bedreigd. Hoe komen deze habitats op de rode lijst terecht?

Gulzig ontgroenen

Zoetwatergetijdengebieden staan per definitie onder invloed van het getij, stroomopwaarts van het mondingsgebied van getijdenrivieren. In Vlaanderen komt dit soort gebieden voor in het Zeescheldebekken. Daar staat de schakering van zoet naar zout water volledig onder invloed van het getij. Dat maakt het Zeescheldebekken uniek in Europa. Eb en vloed laten zich voelen van de Nederlandse grens tot Gent, en op de zijrivieren van de Schelde: de Durme, de Rupel, de Netes tot Grobbendonk en Itegem, de Dijle tot Haacht en de Zenne tot Zemst. Echter, ook binnen het Scheldebekken zijn zoetwatergetijdengebieden allerminst dik gezaaid.

Watervervuiling, klimaatverandering en de invloed van exoten zijn voor zoetwatergetijdennatuur bedreigende factoren, stelt het Europese rapport. Tellen we daar in Vlaanderen ook bij: indijking en de ‘verhardingsdrang’ van de mens. Hebben getijdenrivieren door indijking, verkaveling of bepoldering geen ruimte om natuurlijk te stromen en riviernatuur te bevloeien, dan is het weinig waarschijnlijk dat zoetwatergetijdennatuur zich ontwikkelt, laat staan stand houdt.

Natuurlijk erfgoed

De Notelaer, Ballooi en ’t Stort van het Buitenland in Bornem en Temse,  de Schorren van Branst en Sint-Amands, het Groot schoor van Hamme en Grembergen zijn de grootste Vlaamse zoetwatergetijdengebieden. Het zijn restanten van een hertekend landschap. Eeuwenlang werden de Vlaamse riviervalleien gedomineerd door kronkelende rivieren, omzoomd door een unieke schakering aan riviernatuur. Zo komen wilgenvloedbossen bijvoorbeeld enkel in Nederland en Vlaanderen voor, langs de Schelde en haar zijrivieren. Even lang heeft de mens ook getracht om de getijdenrivieren in te dijken en recht te trekken, voor economisch gewin en veiligheid.

Zoetwatergetijdennatuur is een vorm van natuurlijk erfgoed, maar kan anno 2017 ook haar waarde bewijzen in de strijd tegen overstromingen. Het Sigmaplan geeft zoetwatergetijdennatuur daarom in verschillende projectgebieden een boost. Dit doen we door overstromingsgebieden een gecontroleerde getijdenwerking te geven, of gebieden aan het water stevig te omdijken en vervolgens te ontpolderen. Op die manieren geven we de Schelde en haar zijrivieren opnieuw ruimte om te (over)overstromen en een natuurlijk, authentieke landschap vorm te geven.

Kom ontdekken!

Zoetwatergetijdennatuur biedt een prachtig schouwspel voor natuurliefhebbers, omwille van de heel specifieke planten en dieren die er leven. Dankzij het Sigmaplan kun je dat aan den lijve komen ontdekken in de projectgebieden Cluster Kalkense Meersen, Vlassenbroek, Wal-Zwijn, Lippenbroek, Cluster Bornem en Nete en Kleine Nete. In de Durmevallei, Schouselbroek en Dijlemonding werken we volop aan de ontwikkeling ervan of liggen er plannen op tafel. Dankzij die inspanningen hopen we dit zeldzame natuurtype een tweede levensadem te geven.