terug naar het overzicht

Ontpoldering maakt de Schelde robuuster

Ontpoldering is in verschillende Europese landen en ook in Noord-Amerika een actueel thema. Geregeld haalt het op een negatieve manier de pers. Onterecht, want ontpoldering is een van de technieken die helpen om de rivier opnieuw ruimte te geven en het ecosysteem weer veerkrachtig te maken. En dat is niet alleen goed voor de natuur, maar ook voor onze eigen veiligheid én de economische functie van de rivier.

Wat verwachten we veel van de Schelde! Onze grootste getijdenrivier is de belangrijkste toegangsweg tot de haven van Antwerpen, de scheepvaart is er doorslaggevend voor de Vlaamse economie. De rivier en haar vallei zijn het leefgebied voor miljoenen Vlamingen, en die moeten beschermd worden tegen overstromingen. Het getijdengebied van de Schelde is bovendien een internationaal vermaard natuurfenomeen, dat Europees belangrijke habitats en soorten herbergt: waardevolle natuur, waarvoor Vlaanderen de verantwoordelijkheid draagt. Ten slotte willen we in de Schelderegio ook fietsen, wandelen en op adem komen.

Een veilig, economisch vitaal en natuurlijk Scheldegebied: dat is wat Vlaanderen wil bereiken met het Sigmaplan. Maar om al die functies te kunnen vervullen, moet de rivier tegen een stootje kunnen. Hoe kan ontpoldering daarbij helpen?

Wat is ontpoldering?
Ontpolderen betekent: land teruggeven aan de rivier. Je zou het ook ‘rivierwinning’ kunnen noemen: de rivier wordt immers terug binnengelaten in een gebied dat omringd is met dijken. De getijden krijgen er opnieuw vrij spel: het ontpolderde gebied overspoelt bij vloed, maar het water trekt zich weer terug bij eb. Op die manier ontstaan zogenaamde getijdengebieden. Ze zijn heel belangrijk om het ecosysteem van de Schelde goed te doen functioneren. Getijdengebieden kennen van nature een grote dynamiek, waarbij slikken en schorren ontstaan (zie inzet).

Slikken en schorren zijn heel zeldzaam en waardevol natuurtype, weet Elias Verbanck van het Agentschap voor Natuur en Bos. “De afgelopen decennia is er langs de Schelde heel wat van die waardevolle getijdennatuur verdwenen. In het kader van Natura 2000, het Europese netwerk van natuurgebieden, heeft Vlaanderen de verantwoordelijkheid om die natuur te beschermen. Stap voor stap creëren we in een aantal gebieden langs de Schelde en haar zijrivieren nieuwe getijdennatuur. In totaal komen er, onder meer dankzij het Sigmaplan, in heel Vlaanderen honderden hectare slikken en schorren bij. Ontpoldering is één van de methoden die we daarbij toepassen.”

Andere drijfveren
Het herstel van getijdennatuur is vandaag een van de motieven om land terug te geven aan de rivier. Al is dat niet altijd zo geweest. In het verleden werd vaak ontpolderd om militaire redenen. Geforceerde overstromingen waren een ideale manier om de vijand af te blokken. Ook bij dreigende overstromingen durfde men wel eens een dijkje doorsteken om elders de schade te beperken, en om nadien het getij weer terug te dringen.

Het grootste brakwatergetijdengebied van West-Europa, het Verdronken Land van Saeftinghe, ontstond door een combinatie van factoren. Tot 1570 was het een vruchtbaar poldergebied. Door een gebrekkig onderhoud van de dijken, de bressen die de Nederlanders in de zestiende eeuw in de dijken sloegen om de Spanjaarden tot staan te brengen én onder invloed van twee hevige stormtijen, heroverde de Schelde het Verdronken Land.

Vandaag dankt het gebied zijn bekendheid vooral aan het zeldzame, grillige patroon van slikken, platen, schorren en doorsneden met geulen. Het geeft ons een idee van hoe de hele Scheldemonding er lang geleden heeft uitgezien.

Bescherming van het achterland
Maar natuurontwikkeling is niet de enige reden om te ontpolderen. Ontpolderde gebieden hebben ook een veiligheidsfunctie. Wim Dauwe van Waterwegen en Zeekanaal NV: “Ontpolderde gebieden kunnen een grote watermassa bergen. Daardoor halen ze bij hevig stormtij letterlijk de druk van de ketel. De extreme energie van het water wordt getemperd, zodat de gebieden die meer inlands of stroomopwaarts liggen minder risico lopen. Grote oppervlakten slikken en schorren vormen dus een natuurlijke buffer voor het wassende water. Op die manier beschermen ze het achterland.”

“Bovendien hebben dijken die achter een getijdengebied liggen het minder hard te verduren. Het water beukt er niet constant tegen aan. En vooraleer het aan de dijk komt, heeft het water al een lange weg afgelegd en heel wat energie verloren. Van de zee naar de vaargeul, van de vaargeul naar het ondiepe deel van de rivier, van het ondiepe deel naar de slikken, van de slikken naar de schorren en ten slotte van de schorren naar de dijk. Onderweg verliest het water heel wat energie. Omdat de dijken minder onderhevig zijn aan de golven worden ze minder belast, zijn ze veiliger, en gaan ze langer mee.”

In het Sigmaplan werd gebied per gebied bekeken welke methode het meest geschikt was om getijdennatuur te ontwikkelen in combinatie met meer veiligheid. De Hedwige-Prosperpolder (Beveren) en een klein deel van het gebied Weymeers (Berlare) worden bijvoorbeeld ontpolderd om er een slikken- en schorrengebied te creëren. In de Durmevallei (in Lokeren, Waasmunster, Hamme en Temse) wordt er gewerkt aan een globaal inrichtingsplan, waarin zowel getijdengebieden als wetlands een plaats krijgen.

Krappe jas
Land teruggeven aan de rivier ligt gevoelig; vandaar ook de kritische berichtgeving in de media. Maar vergeten we daarbij niet dat de mens eeuwenlang het omgekeerde deed? Sinds de middeleeuwen tot halverwege de twintigste eeuw werd immers stelselmatig getijdengebied ingepolderd. En net die strategie heeft bijgedragen tot de problemen die we vandaag ondervinden. Door de hele resem inpolderingen moest de Schelde zich in een steeds krappere jas wringen. Zo dringt de vloedgolf vanuit de Noordzee almaar sneller en krachtiger het Schelde-estuarium binnen.

Ook de klimaatsveranderingen en zeespiegelstijging beïnvloeden het getij en de getij-indringing in de Schelde. De observaties van de afgelopen eeuw laten zien dat de hoogwaters op de Schelde de laatste decennia spectaculair zijn gestegen. Dat vergroot de kans op overstromingen, maar beïnvloedt ook de ecologie van het estuarium. Elias Verbanck: “Door de hogere waterstanden wordt er meer sediment afgezet op de schorren. Daardoor groeiden deze mee met het toenemende getij. Maar de schorren lijden daar ook onder. De randen van de hoogste schorren zijn erg steil geworden en zijn niet goed bestand tegen de sterke stroming, waardoor ze afkalven. Dat is een natuurlijk proces, maar door de sterkere dynamiek van het water is het helemaal niet zeker dat de schorren ook opnieuw zullen aangroeien. In grote ontpolderingen, zoals die aan de monding van de Durme, kunnen schorren ontstaan in luwere zones. Daar stelt het probleem van afkalving zich niet.”

Nuttige natuurdiensten
Naast hun functie als natuurlijke veiligheidsgordel hebben slikken en schorren de samenleving nog veel meer te bieden. Om de gevolgen van de zeespiegelstijging en meer overstromingen te verminderen, zijn getijdengebieden een onmisbare bondgenoot. Wim Dauwe: “Onze rivieren hebben vandaag al ruimte nodig om het teveel aan water kwijt te kunnen. Door de klimaatswijziging is dat straks nog meer het geval. Getijdengebieden bieden een adequate bescherming tegen wateroverlast. Dat is geen overbodige luxe, maar een investering voor de toekomst.”

De cijfers bevestigen Dauwes stelling. De kosten van schade door wateroverlast lopen immers in de miljoenen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de overvloedige regenval in november 2010 in Vlaanderen perfect door de rivieren kon worden opgevangen, indien ze meer ruimte hadden gehad. Dat was niet het geval. Het gevolg: meer dan 100 miljoen euro aan waterschade. “En ook onder normale omstandigheden bieden slikken en schorren voordelen. De extremen zijn door de getemperde energie namelijk minder uitgesproken, wat de bevaarbaarheid van de rivier ten goede komt”, aldus Wim Dauwe.

Nog een economisch voordeel van slikken en schorren is dat ze de sedimenthuishouding van een rivier reguleren. Elias Verbanck: “Doordat het water veel krachtiger dan vroeger de Schelde wordt ingestuwd, ontstaat er veel erosie. Tegelijk stroomt het water trager weg, en daardoor wordt er veel sediment afgezet. Om de vaargeul open te houden voor de scheepvaart moet dit sediment constant weggebaggerd worden. Door de rivier voldoende ruimte te geven neemt de stroomsnelheid van het water af, waardoor er minder erosie optreedt. Slikken en schorren vangen bovendien het zand en sediment op dat in het water aanwezig is. Ze beletten dat het in de vaargeul terechtkomt. Met als gevolg: minder sedimentatie in de vaargeul en dus minder baggerwerk.”

Subliem decor
En er is nog meer. Slikken en schorren zijn ook natuurlijke waterzuiveraars. Slikken en schorren spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol bij het verwijderen van stikstof. En dat is precies een van de stoffen die nog in te hoge concentraties in de Schelde aanwezig zijn. Hoe meer de rivier zichzelf kan zuiveren, hoe minder werk de (dure) zuiveringsinstallaties nog moeten leveren en hoe beter we de Noordzee beschermen.

Omgekeerd staan schorren silicium af aan het rivierwater. Dat is een essentiële bouwstof voor kiezelwieren, die op hun beurt aan de basis liggen van de voedselpiramide in het watersysteem. Vissen bijvoorbeeld vormen de op een na laatste schakel van deze voedselketen, ze zijn dus sterk afhankelijk van de rest van de keten om te overleven. Een gezond ecosysteem betekent meer vis in de Schelde, en dat is goed nieuws voor de recreatieve en commerciële visserij.

Naast al deze zogenaamde regulerende natuurdiensten, leveren slikken en schorren ook ‘culturele’ diensten. Wie al eens langs de Schelde wandelt of fietst, kan dat zeker beamen: getijdennatuur vormt een subliem decor voor recreanten. De Schelde biedt op die manier een gezonde ontspanning aan duizenden Vlamingen. In een verstedelijkte regio zoals Vlaanderen zijn groene gebieden heel belangrijk als uitloopgebied vanuit de steden. Het groene stedengewest is trouwens een van de speerpunten van het toekomstproject ‘Vlaanderen in Actie’. De troeven voor recreatie zijn ook een opsteker voor de plaatselijke horeca en de lokale economie.

Ook andere landen geven de rivier ruimte
Het resultaat van ontpoldering is getijdennatuur. En die vervult heel wat nuttige functies voor de samenleving. Die functies zijn zo belangrijk, dat ze ook een economische waarde hebben. Het Sigmaplan integreert deze functies bovendien op een vindingrijke manier, die efficiënt gebruik maakt van de beschikbare ruimte. Wim Dauwe: “Natuurdiensten kunnen perfect gecombineerd worden. Waterberging, waterzuivering, natuur, landschap en recreatie in één gebied: het is een vernieuwende manier om met water- en natuurbeheer om te gaan. Het Sigmaplan is daar een ingenieus staaltje van.”

Niet alleen Vlaanderen ziet de voordelen van ontpoldering in. Ontpoldering wordt wereldwijd toegepast en vindt zowel langs getijdenrivieren, als langs de kust plaats. Zo werd in 1991 in het Britse Essex 300 meter zeedijk afgebroken om een gebied van 115 hectare onder water te zetten. Oorspronkelijk was deze ingreep bedoeld om een slikken- en schorrengebied, Wallasea, te creëren. Maar al snel bouwden de schorren langs de kust op zelfstandige basis een levende dijk van formaat. Het gebied is vandaag een walhalla voor waadvogels en tempert tegelijk de overstromingsproblematiek op de rivier Crouch. Ook Nederland past ontpoldering toe in het project ‘Ruimte voor de rivier’. Dat project heeft als doel het Nederlandse rivierengebied beter te beschermen tegen overstromingen. Rivieren krijgen op meer dan 30 plaatsen meer ruimte. Het doel: een veilig en mooi rivierengebied in 2015.


Sigma: een integraal plan voor een veelzijdige Schelde
Het Sigmaplan zag het levenslicht in 1977, maar werd inmiddels geactualiseerd. Dat was nodig om het plan ook in de toekomst robuust te houden, rekening houdende met klimaatwijziging en zeespiegelstijging. Bovendien wist men intussen heel goed dat dijken niet voldoende zijn om ons te beschermen tegen de overstromingen uit een getijdenrivier. Rivieren hebben ruimte nodig om te kunnen stromen en overstromen.
Het nieuwe Sigmaplan past helemaal in die filosofie van ‘ruimte voor water’: het combineert dijkverstevigingen met gecontroleerde overstromingsgebieden. Deze vangen het water tijdelijk op wanneer een hoge vloedgolf ten gevolge van een stormvloed de Schelde binnenrolt en verminderen de kracht van het wassende water.

Overstroming 1976

Maar het Sigmaplan is meer dan veiligheid. In de loop van de jaren ging langs de Schelde heel wat waardevolle natuur verloren. In de projectgebieden van het Sigmaplan worden maatregelen getroffen om die bijzondere leefplekken voor de natuur te herstellen: slikken en schorren, wetlands, waardevolle graslanden, moeraszones, elzenbroekbosjes …

En het prachtige Scheldelandschap is er ook om van te genieten. Met de nieuwe fietspaden en wandelroutes, vogelkijkhutten en uitkijkpunten die het Sigmaplan aanlegt, kan je de Schelde straks nog intenser beleven. De troeven voor recreatie en toerisme zijn ook goed voor de recreatieve bedrijvigheid en de plattelandseconomie. Het Sigmaplan houdt ook rekening met de landbouwers die verlies lijden door de aanleg van overstromingsgebieden. Om hen te compenseren, werkte de Vlaamse overheid een programma met verzachtende maatregelen uit.  


Hoe werkt ontpoldering?
Eerst trekken we landinwaarts een nieuwe dijk op. Dit is vaak de vroegere zeedijk.  Vervolgens worden er openingen gemaakt in de oude dijk. Zo krijgt de Schelde in de polder tussen de oude en de nieuwe dijk extra ruimte om te stromen en te overstromen. Waar dijken de watermassa in de hoogte bufferen, doet het ontpolderde gebied dat nu in de breedte. Dat leidt tot een daling van de hoogste waterstanden. Door de plotse verbreding in het estuarium breekt het ontpolderde gebied ook de kracht van het wassende water. Dat haalt de druk van de ketel, waardoor er landinwaarts minder kans op overstromingen is.

[Klil op het schema om het principe van een ontpoldering te bekijken]

Ontpoldering

 

 

 

 

 


Slikken: voedzame modder
Slikken zijn de lagergelegen delen van de oever, die elke keer bij vloed onder water komen te staan. Deze overvloed aan water is weinig vriendelijk voor planten. Wel krioelt het er van minidiertjes, zoals wormen, krabben en kreeftjes, die gretig worden verorberd door allerlei watervogels en vissen. Voor ganzen, eenden en steltlopers vormen de slikken en platen een ideale plek om te rusten en eten te zoeken.
Telkens het water opkomt, zet de rivier op de slikken een laagje slib af. Na verloop van tijd komt dit gebied door opslibbing steeds hoger te liggen, waardoor slikken geleidelijk ophogen tot schorren. Maar het getij kan ook stukken terugnemen. Oevers kalven af, schorren worden weer slik en de cyclus van schoropbouw kan weer starten. Zo blijft de natuur steeds in beweging.

Slikken en schorren

Schorren: unieke biotopen
De schorren zijn de hoger gelegen delen: ze overstromen niet alle dagen, enkel bij springtij. Jonge schorren, die het dichtst bij de rivier liggen, overstromen het vaakst. Hier groeien planten die een tijdelijke overstroming goed verdragen. Op de zoute schorren zijn dit vooral kruiden en grassen die tegen een flinke portie zout kunnen, zoals lamsoor en zeekraal. Op de brakke schorren vinden we riet en zeeaster. Nog verder stroomopwaarts ontstaan zoetwaterschorren: een veranderlijk landschap met ruigten, rietvelden en wilgenvloedbossen. De getijdenwerking zorgt voor aanslibbing en erosie, waardoor steile en diepe geulen ontstaan.

De hele winter door staan de wilgen met hun voeten in het water. In het vroege voorjaar bloeien in deze vloedbossen spindotterbloemen, een typische plant die zich voortplant door middel van het wassende water. Riet- en moerasvogels komen hier schuilen en broeden. De wilgenvloedbossen aan de Schelde lijken erg op tropische mangroven: het zijn dichte, ondoordringbare wouden in het water. Zoetwaterschorren komen op de Schelde stroomopwaarts Kruibeke voor. Deze biotopen zijn slechts op een beperkt aantal plaatsen in Europa te vinden.