Het Sigmaplan: noodzakelijk en succesvol

Het Sigmaplan werd gelanceerd na de zware overstromingen van 1976, maar blijft ook in de toekomst broodnodig. Door de klimaatverandering en de bijbehorende zeespiegelstijging neemt het risico op overstromingen immers alleen maar toe. Intussen heeft het Sigmaplan al ruimschoots zijn nut bewezen. Tijdens de sinterklaasstorm van 2013 traden twaalf overstromingsgebieden in werking, en het natuurbeheer werpt overal vruchten af. Al die successen leverden het Sigmaplan internationale erkenning op.

Waarom het Sigmaplan nodig is - en blijft >

Herstel van waardevolle riviernatuur >

Sinterklaasstorm bewijst Sigmasucces >

Innovatief waterbeheer >

Internationale erkenning >

Waarom het Sigmaplan nodig is - en blijft

Bij de rampzalige stormvloed van 1976 bleek duidelijk dat de gebieden langs de Schelde en haar zijrivieren beter moesten worden beschermd. Het oorspronkelijke Sigmaplan voorzag daarom in dijkverhogingen, overstromingsgebieden en een stormvloedkering in Oosterweel. Intussen werd dat plan zo goed als volledig uitgevoerd, met uitzondering van de stormvloedkering. De voordelen van zo'n kering wegen niet op tegen de nodige investeringen, zo bleek uit een kosten-batenanalyse van de Katholieke Universiteit Leuven. De regering stelde de bouw dan ook uit voor onbepaalde tijd. Sindsdien evolueerden de wetenschappelijke inzichten. Zo weten we nu dat stormvloeden steeds vaker zullen voorkomen door de klimaatverandering en dat de zeespiegel zal stijgen. Daardoor zal ook de waterstand in de getijdenrivieren oplopen. Het oorspronkelijke Sigmaplan volstond dan ook niet langer om voldoende bescherming te bieden.

In 2005 werd het Sigmaplan daarom geactualiseerd. Uit wetenschappelijk onderzoek bleek dat de beste bescherming wordt geboden door een combinatie van overstromingsgebieden en lokale dijkverhogingen. In het Meest Wenselijk Alternatief (MweA) werden de ruwe contouren van het Sigmaplan uitgetekend. In 2030 zullen ook de laatste overstromingsgebieden afgerond zijn. Dan zullen de Schelde en haar zijrivieren tot 2100 klimaatbestendig zijn.

Herstel van waardevolle riviernatuur

Het Sigmaplan is ook een antwoord op de Europese natuurdoelen voor Vlaanderen. In alle Sigmagebieden samen wordt maar liefst 4000 hectare ruimte voor natuur gecreëerd. Sommige gebieden komen op het ritme van eb en vloed onder water te staan. Daardoor ontwikkelen er zich slikken en schorren. Die krioelen van het voedsel voor vogels en vissen, maar zijn ook voor de rivier zelf bijzonder nuttig. Ze zuiveren het water en herstellen het evenwicht van de voedselketen. Tegelijk temperen ze de golfslag, zodat dijken minder zwaar worden belast.

Elders ontstaan wetlands: natte natuur die varieert van rietvelden, plassen water, drassige graslanden en broekbossen. Waar begraasd of gemaaid wordt, ontstaan bloemrijke hooi- en graslanden, een uitstekend leefgebied voor weidevogels. Zeldzaam elzenbroekbos biedt dan weer een prima schuil- of nestplaats voor tal van diersoorten. In de sloten, kreken en plassen leven onder meer vissen, amfibieën en libellen.

Meer over de natuurdoelen van het Sigmaplan lees je hier.

Sinterklaasstorm bewijst Sigmasucces

Op 5 en 6 december 2013 doorstond het Sigmaplan de zogeheten sinterklaasstorm. Die veroorzaakte toen een zwaar stormtij. Die combinatie van springtij en een noordwesterstorm boven de Noordzee veroorzaakte hoge waterstanden in het hele Scheldebekken. Twaalf voltooide overstromingsgebieden van het Sigmaplan traden succesvol in werking. Ze konden een grote hoeveelheid rivierwater bergen en voorkwamen zo watersnood in de omliggende gebieden.

Nu ook de Polders van Kruibeke in werking kunnen treden bij stormtij, is Vlaanderen nog beter beschermd. Dat overstromingsgebied is het grootste van Vlaanderen en verdubbelt meteen de totale oppervlakte beschikbare waterbergingsruimte.

Innovatief waterbeheer

Het Sigmaplan is een staaltje van modern en innovatief waterbeheer. De nadruk ligt op meer ruimte voor de Vlaamse rivieren. Die krijgen ze in gecontroleerde overstromingsgebieden. W&Z werkte enkele ingenieuze technieken uit om de gebieden veiliger, natuurlijker of duurzamer te maken. In Vlassenbroek werd de compartimenteringsdijk bijvoorbeeld aangelegd met 100.000 m3 baggerspecie. Die werd zo droog mogelijk aan land gepompt en met speciale stoffen sterk genoeg gemaakt voor gebruik in de dijk. Bovendien spaarden we in Vlassenbroek meer dan 10.000 vrachtwagenritten uit, door de baggerspecie over het water aan te voeren per schip.

Dat gebeurt ook in andere Sigmaprojecten, waar we (delen van) dijken optrekken met uit de Durme gebaggerd zand. Vroeger moesten vaak heel wat bomen worden gerooid om ruimte te scheppen voor de opslag van zand. Dat is niet meer nodig nu het zand meteen kan worden verwerkt in de dijk.

Nog zo’n slimme vondst is de gecombineerde in- en uitwateringssluis van de Universiteit Antwerpen. Daarmee kan kwaliteitsvolle getijdennatuur worden ontwikkeld in gecontroleerde overstromingsgebieden. Op het ritme van eb en vloed stroomt water het gebied binnen. De sluis bootst dus de natuurlijke getijdenwerking na, waardoor zeldzame slikken en schorren ontstaan. De slimme sluis werd al onderworpen aan tal van tests en kwam daar zeer positief uit. De sluis van het gebied Bergenmeersen (Cluster Kalkense Meersen) werd afgerond in april 2013. Sindsdien ontwikkelt zich daar waardevolle getijdennatuur. Ook de combisluis van het Zennegat, een deelgebied van het Sigmaproject, is voltooid. Ze zal echter pas in werking treden als alle dijken van het gebied klaar zijn.

Internationale erkenning

De successen van het Sigmaplan trokken intussen ook internationale aandacht. Zo mocht projectingenieur Hans Quaeyhaegens van W&Z in de zomer van 2014 toelichting geven over het Sigmaproject Vlassenbroek op het prestigieuze PIANC-congres in San Francisco. PIANC promoot wereldwijd duurzaam transport over waterwegen. Op het congres van 2014 lag de nadruk op de zoektocht naar een evenwicht tussen waterbeheer, natuur, bewoning en recreatie: precies de insteek van het Sigmaplan. W&Z kreeg voor de compartimenteringsdijk van Vlassenbroek financiële steun van het Europese PRISMA-project (Promoting Integrated Sediment Management). Dat stimuleert ecologisch verantwoorde baggertechnieken, slim sedimentbeheer en grensoverschrijdende samenwerking tussen Frankrijk (Nord-Pas-de-Calais), het Verenigd Koninkrijk (Engeland), België (Vlaanderen) en Nederland (zuidelijk kustgebied).

In het voorjaar van 2014 brachten twee staatssecretarissen van de Duitse deelstaat Nedersaksen een bezoek aan enkele Sigmaprojecten. De Duitse delegatie bezichtigde de 600 hectare grote Polders van Kruibeke, het onderzoeksgebied Lippenbroek en het natuur- en overstromingsgebied Cluster Kalkense Meersen. Ze deden er inspiratie op over hoe ze het stroomgebied van de Eems moeten beheren. De situatie van die rivier in Noordwest-Duitsland zou vergelijkbaar zijn met die van de Schelde zo’n tien jaar geleden. Daarom wordt gezocht naar manieren om overstromingen te voorkomen en de waterkwaliteit te verhogen. Vooral het integrale waterbeheer van Vlaanderen – met aandacht voor veiligheid, natuurlijkheid, recreatie en economie – wekte veel interesse. Ook de participatie van de bevolking kreeg heel wat aandacht.