Natuur

Veiligheid, natuur, recreatie, economie, flankerend landbouwbeleid

Het Sigmaplan creëert ruimte voor maar liefst 4000 hectare natuur. Zo helpt het Vlaanderen om de doelen van het Europese Natura 2000-netwerk te behalen. In heel wat gebieden krijgen de getijden weer ademruimte. Elders ontstaan drassige graslanden of broekbossen.

Natura 2000 >
Welke natuurtypes herstellen we? >
De diensten van de natuur >

Natura 2000

Om gebieden met unieke dieren en planten beter te beschermen, heeft Europa richtlijnen opgesteld: de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Volgens die richtlijnen moeten alle lidstaten beschermingszones afbakenen. Zo ontstond een netwerk van waardevolle leefgebieden: Natura 2000.

Langs de Schelde en haar zijrivieren ging de voorbije decennia heel wat waardevolle natuur verloren. Om die in ere te herstellen, werden natuurdoelen opgesteld voor het hele Scheldegebied. Sommige natuurdoelen beschermen specifieke soorten, andere karakteristieke leefgebieden ─ onder meer in de projectgebieden van het Sigmaplan.

Meer info over Natura 2000 vind je hier.

Welke natuurtypes herstellen we?

Wetlands

Wetlands zijn drassige gebieden met waardevolle natuur. ’s Winters staat het grondwater er hoog, in de zomer daalt het. Het landschap in een wetland kan variëren van open water naar rietland, dat dan weer overgaat in moerasbossen. Waar begraasd of gemaaid wordt, ontstaan bloemrijke hooi- en graslanden. Daarin voelen vooral weidevogels zich prima thuis.

Nog zo’n zeldzaam leefgebied is elzenbroekbos. De bomen staan er bijna het hele jaar met hun wortels in het water en vormen een uitgelezen schuil- of nestplaats voor tal van diersoorten. In de vele sloten, kreken en plassen leven onder meer vissen, amfibieën en libellen.

Getijdennatuur

Wanneer een gebied tweemaal per dag gedeeltelijk onder rivierwater komt te staan, ontwikkelt er zich getijdennatuur. Die blinkt uit in diversiteit door de unieke overgang van zoet naar zout water en het samenspel van rivier, zand en slib.

Slikken zijn de lager gelegen delen, die bij elke vloed overspoeld worden. De meeste planten gedijen niet goed in die overvloed aan water. Slikken zijn doorgaans dan ook onbegroeid. Het krioelt er wel van de wormen, krabben en andere minidiertjes, die voedsel vormen voor vogels en vissen.

Telkens als het rivierwater zich na een vloed terugtrekt, blijft een laagje slib achter op de slikken. Na verloop van tijd steken ze boven de gemiddelde waterlijn uit. Dat noemen we schorren. Die overstromen alleen nog bij springtij, ongeveer tweemaal per maand. In tegenstelling tot slikken zijn schorren vaak wel begroeid. Plantjes als lamsoor en zeekraal kunnen bijvoorbeeld goed tegen zout water. In het zoete deel van de Schelde kunnen rietpartijen en uiterst zeldzame wilgenvloedbossen groeien.

Hoe creëren we getijdennatuur?

Het Sigmaplan brengt getijdennatuur tot ontwikkeling op twee verschillende manieren.

Soms kiezen we voor ontpoldering. We slaan dan een bres in de oude dijk, zodat een ingedijkt gebied wordt blootgesteld aan de getijden.

Elders leggen we gecontroleerde overstromingsgebieden met gecontroleerde, gereduceerde getijden (GOG-GGG) aan. Dat is een variant op het gecontroleerde overstromingsgebied (GOG). Het beschermt tegen overstromingen en herstelt tegelijk zeldzame getijdennatuur. Bij vloed laat een inwateringssluis een beperkte hoeveelheid water het gebied instromen. Bij eb stroomt het water terug naar de rivier via een uitwateringssluis. Zo wordt de natuurlijke werking van een getijdenrivier nagebootst.

Het concept GOG-GGG werd uitvoerig getest in het proefproject Lippenbroek in Hamme (Oost-Vlaanderen). Na amper één jaar ontwikkelde er zich al een slikken- en schorrengebied met geulen en kreken. Dat ecosysteem bleek ook talrijke natuurdiensten te leveren. Dezelfde effecten zijn waargenomen in de GOG-GGG’s Bergenmeersen en (een deel van) de Polders van Kruibeke, en worden ook verwacht in de Sigmagebieden die later nog een invulling als GOG-GGG krijgen.

[Klik op de afbeelding om ze groter te maken]

 

 

 

 

De diensten van de natuur

Slikken en schorren zijn bijzonder nuttig. Ze hebben bijvoorbeeld een zuiverend effect op het rivierwater en herstellen het evenwicht van de natuurlijke voedselketen. Tegelijk vormen ze een natuurlijke buffer tegen overstromingen en temperen ze de golfslag, zodat dijken minder druk ondervinden. Bovendien vangen slikken en schorren zand en slib af, zodat er minder vaak baggerwerken nodig zijn in de Schelde en haar zijrivieren.

Voorts biedt de Scheldenatuur de mens tal van ontspanningsmogelijkheden. We kunnen er wandelen, fietsen of rustig op adem komen.