Veiligheid

Veiligheid, natuur, recreatie, economie, flankerend landbouwbeleid

De Schelde is een getijdenrivier. Dat wil zeggen dat het spel van eb en vloed tot in Gent voelbaar is. Bij stormtij en zware neerslag kunnen extreem hoge waterstanden ontstaan, met gevaar voor overstromingen in de wijde omgeving.

De getijden van de Noordzee zijn tot ver landinwaarts voelbaar in de Schelde en haar zijrivieren. Als een stormvloedgolf de Schelde binnenrolt, kan dat leiden tot hoge waterstanden. Vroeger konden de rivieren overvloedig water kwijt in hun valleien. Die natuurlijke overstromingsgebieden vingen het water op en lieten het vertraagd weer los.

De voorbije decennia werden in de valleien echter veel woningen en bedrijven gebouwd. Daardoor zou een ongecontroleerde overstroming onmiddellijk veel schade veroorzaken. En door de klimaatverandering zal het risico op extreme weersomstandigheden en overstromingen alleen maar toenemen. Het Sigmaplan biedt Vlaanderen een betere bescherming met verschillende soorten ingrepen.

Dijken >
Gecontroleerde overstromingsgebieden >
Ontpolderingen >

Dijken

Met geavanceerde computermodellen berekenden deskundigen hoe hoog de dijken langs de Schelde en haar zijrivieren moeten zijn om een stormvloed te weerstaan. In de meest landinwaarts gelegen gebieden is dat 8 meter TAW (Tweede Algemene Waterpassing); langs het deel tussen Antwerpen en de Westerschelde, waar de getijdenwerking sterker is, loopt dat op tot 11 meter TAW. Een TAW-hoogte van 0 meter stemt overeen met het gemiddelde zeeniveau bij laagwater in Oostende.

In totaal omvat het Sigmaplan zo'n 645 kilometer dijkwerken.

> Lees hier hoe een dijk wordt aangelegd

Gecontroleerde overstromingsgebieden

Bij een stormvloed – een combinatie van springtij en een noordwesterstorm op de Noordzee – kan een krachtige golf de Schelde binnenrollen. De rivier en haar zijrivieren moeten dan veel water slikken op korte tijd. Het Sigmaplan geeft ze daarvoor de ruimte in ‘gecontroleerde overstromingsgebieden’ of GOG’s.

Hoe werkt een GOG?

Een gecontroleerd overstromingsgebied is een gebied met een hoge, stevige ringdijk eromheen. Die beschermt achterliggende woonkernen of bedrijven tegen wateroverlast.

Om het water de ruimte te geven, leggen we de ringdijk verder landinwaarts dan de oude rivierdijk. Pas als de ringdijk klaar is, verlagen en verstevigen we de oude dijk. We noemen hem dan overloopdijk, omdat er water overheen kan stromen bij hoge waterstanden in de rivier.

Een GOG kan een grote hoeveelheid water veilig bergen. Daardoor daalt het waterpeil van de rivier en vermindert de druk op de dijken. De vloedgolf verliest zo een groot deel van haar kracht, en het risico op overstromingen of dijkbreuken wordt drastisch ingeperkt.

Zodra het water in de rivier voldoende gezakt is, loopt het GOG leeg via uitwateringssluizen.

[Klik op de afbeelding om ze groter te maken]

              

 

 

 

Veel GOG’s combineren veiligheid met natuur. Het binnengebied is bijvoorbeeld vaak geschikt als wetland, waar zeldzame planten en dieren goed gedijen. Soms stellen we het GOG weer bloot aan de getijden. Zo ontstaat unieke getijdennatuur met slikken en schorren. We spreken dan over een GOG met gecontroleerd, gereduceerd getij of GOG-GGG.

Ontpolderingen

Bij een ontpoldering geven we een stuk grond terug aan de rivier. Landinwaarts trekken we eerst een nieuwe dijk op. Daarna slaan we bressen in de oude dijk, waardoor eb en vloed het gebied weer kunnen boetseren. Ook hier vormt zich getijdennatuur.

Tegelijk tempert een ontpoldering de kracht die het water uitoefent op de dijken. Landinwaarts is er dan ook minder risico op overstromingen.

[Klik op de afbeelding om ze groter te maken]

Ontpoldering