Sigmagebieden in Vlaanderen

De projectgebieden van het Sigmaplan liggen verspreid over een groot deel van Vlaanderen. Eén ding hebben ze gemeen: ze bevinden zich langs getijdenrivieren, waar het waterpeil tweemaal per dag stijgt en daalt.

Behalve de Schelde staan ook haar zijrivieren de Durme, de Rupel, de Nete, de Kleine Nete, de Grote Nete, de Dijle en de Zenne onder invloed van de getijden van de Noordzee. Bij extreme weersomstandigheden kunnen de waterstanden daardoor gevaarlijk hoog oplopen.

In totaal neemt het Sigmaplan zowat 260 kilometer rivieroever onder handen. We verhogen en verstevigen er dijken, en we leggen overstromingsgebieden aan. Beide ingrepen beschermen niet alleen hun directe omgeving, maar verminderen ook verder stroomopwaarts de kans op overstromingen. Verder worden sommige gebieden van het Sigmaplan ook volledig op maat van de natuur ingericht om de Europese natuurdoelen te realiseren.

De lange termijn

Het Sigmaplan kijkt ver vooruit. Om de vijf jaar starten we nieuwe Sigmaprojecten op. Sommige werken zijn nog in volle uitvoering; andere zijn afgerond en toonden hun nut al aan tijdens verschillende stormen. In 2030 ronden we de laatste Sigmaprojecten af. Daarna moeten de Schelde en haar zijrivieren klimaatbestendig zijn tot het jaar 2100.

Het Meest Wenselijk Alternatief

Niet elke plek langs een rivier is geschikt als overstromingsgebied. Bovendien moeten Sigmaprojecten zo min mogelijk hinder veroorzaken voor de omwonenden, nabijgelegen landbouwbedrijven en de lokale economie.

In 2005 legde de Vlaamse Regering vast welke gebieden de grootste bijdrage konden leveren tot de veiligheid en natuurlijkheid van Vlaanderen, en op welke manier. Het resultaat van die oefening was het Meest Wenselijk Alternatief (MWeA). Daarbij werden de omwonenden en de lokale landbouw en economie zoveel mogelijk ontzien. Een afwijking van het MWeA is alleen mogelijk als de voorgestelde maatregelen evenveel bescherming bieden.