Sinds de jaren 80 was de otter zo goed als verdwenen uit Vlaanderen, maar nu zien we hem af en toe weer opduiken in de Scheldevallei. Dat is een hoopvol teken dat onze rivieren aan de beterhand zijn. Als we de otter hier opnieuw een definitieve thuis willen geven, is er wel nog wat werk aan de winkel. Gelukkig profiteert iedereen mee als we het de otter naar zijn zin maken, wijzelf inbegrepen.

In opdracht van het WWF onderzochten het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en de Universiteit Antwerpen wat de otter precies nodig heeft om zich weer definitief in Vlaanderen te vestigen. Dat zijn in de eerste plaats een gezond visbestand en genoeg ruimte. Daar werken we met het Sigmaplan graag aan mee.

Propere vis

De hoeveelheid vis in onze waterwegen is een aandachtspunt, want het dieet van de otter bestaat voor tachtig procent uit vis. In de Sigmagebieden kan je al merken dat het daarmee de goede kant opgaat, maar erg gezond zijn de Vlaamse vissen nog niet. Uit de resultaten van de nieuwe studie blijkt dat ze nog te veel giftige stoffen zoals kwik en pcb’s bevatten. Vanaf een bepaalde concentratie hebben die stoffen een nadelig effect op de otterpopulatie. Vissen uit natuurgebieden zoals de Polders van Kruibeke bleken dubbel zoveel pcb’s te bevatten, maar in de vissen van de Schelde was dat maar liefst 47 keer meer. Een reden temeer dus om slim in te zetten op het saneren van vervuilde waters en nieuwe lozingen te vermijden.

Riviernatuur voor iedereen

Otters zijn voornamelijk solitaire dieren die graag wat ruimte hebben. Er is ongeveer 100 km² leefgebied nodig om een otterpopulatie, ongeveer tien individuen, in stand te houden. Volgens het onderzoek in opdracht van WWF is er nu al 40 km² otterhabitat te vinden in Vlaanderen. Met de nodige inspanningen kunnen we daar nog 20 km² aan toevoegen.

Zeker in de Scheldevallei is er veel potentieel om door natuurherstel de otter een handje te helpen. Daar zouden ook heel wat andere planten- en diersoorten mee van profiteren. Otters houden bijvoorbeeld van zacht hellende oevers langs het water, waar dan ook vegetatie zoals riet kan groeien. Die begroeiing biedt dan weer een schuilplaats voor watervogels zoals het porseleinhoen of het woudaapje. Bovendien beschermt goed ontwikkelde riviernatuur ons tegen overstromingen en droogte, en het ziet er nog fantastisch uit ook.

Binnen hun leefgebied leggen otters vaak grote afstanden af op zoek naar voedsel, ook buiten het water. Dus is het ook belangrijk om verkeersknelpunten aan te pakken. In Nederland bijvoorbeeld sterft elk jaar meer dan een kwart van de totale otterpopulatie als verkeersslachtoffer. Looprichels of oeverstroken op plaatsen waar wegen en waterwegen elkaar kruisen zouden een oplossing kunnen bieden.

Otterland

WWF, Natuur en Bos van de Vlaamse overheid, Regionaal Landschap Rivierenland en Regionaal Landschap Schelde-Durme gaan alvast aan het werk om de aanbevelingen uit de studie uit te werken. Lieven Nachtergale van Natuur en Bos: “We willen een samenhangend valleisysteem creëren als leefgebied voor de otter: Otterland. Via de projectsubsidies natuur komt er een ottercorridor in Terhagen en één aan de Stuyvenbergbaan in Willebroek. Er zijn ook een aantal geplande inrichtingen in de Polders van Kruibeke en er komt een soortenbeschermingsprogramma voor de otter.”