Vorige winter ontsnapten we ternauwernood aan een stormramp. Maar tijdens de decemberstorm deden de gecontroleerde overstromingsgebieden van het Sigmaplan precies waarvoor ze gemaakt zijn: het wassende water bufferen, waardoor de bevolking langs de Schelde en haar zijrivieren gespaard bleef van waterellende. En de Sigmagebieden hebben nog meer in hun mars: er ontpopt zich nieuwe en zeldzame natuur. En die laat duidelijk niet op zich wachten.

De dijk rondom het Lippenbroek in Hamme biedt een uitgelezen zicht op een klein, maar verbluffend mooi landschap: een mozaïek van slikken en schorren, dooraderd met kleine en grote geulen. Het Lippenbroek is een miniatuurversie van een gecontroleerd overstromingsgebied met gecontroleerd gereduceerd getij, of GOG-GGG. Dat is een ingenieus waterbeheerconcept van Vlaamse makelij, dat op een slimme manier de natuurlijke getijden nabootst. Via een vindingrijk sluizensysteem stroomt er sinds 2006 dagelijks een beetje Scheldewater het gebied in en uit op het ritme van eb en vloed. Die gedempte getijden deden de voorbije jaren een brok dynamische natuur ontstaan. Waar het hoogwater de laagste delen overspoelt, ontstaan slikplaten. Bij eb laat het wegtrekkende water een laagje slib achter, dat zich langzaamaan tot een schor ophoogt.

Tien jaar proefdraaien in Lippenbroek
In de modderige slikplaten krioelen miljoenen minidiertjes. De tureluur, kemphaan en groenpootruiter waden door het slik, op zoek naar lekkere hapjes. Talrijke eenden, ganzen en smienten strijken er neer om hun honger te stillen. Ook voor heel wat vissen is het voedselaanbod van het Lippenbroek onweerstaanbaar, net als de grote verscheidenheid van geschikte plekken om te paaien, op te groeien, te rusten … Tom Maris van de Universiteit Antwerpen blikt terug op bijna tien jaar natuurontwikkeling in het Lippenbroek: “In het pilootproject Lippenbroek, een gebied van 10 hectare groot, wordt het GOG-GGG-principe volop getest en gemonitord. Die monitoring is cruciaal, want ook op andere plaatsen langs de Schelde passen we dit gebiedsconcept toe. Al van meet af aan is het Lippenbroek een trekpleister voor vogels. Ondertussen staat de teller op een honderdtal soorten. Heel wat vogels broeden in het riet of in de wilgenstruwelen op de schorren. Met de jaren is het magere visbestand uitgegroeid tot een bont gezelschap van wel twintig soorten, waaronder spiering, blankvoorn en migrerende soorten als bot, zeebaars en paling.”

De natuur ontluikt in Bergenmeersen
Vanuit het Oost-Vlaamse Wichelen leidt een vlonderpad je sinds april 2013 tot in het hart van Bergenmeersen, een pril getijdennatuurgebied in volle ontwikkeling. Wat in het Lippenbroek in het klein werd uitgetest, vindt hier op grote schaal plaats: de natuur heeft hier maar liefst 40 hectare beschikbaar voor de ontwikkeling van zeldzame
zoetwaterslikken en -schorren.

Op het einde van het vlonderpad, nabij de sluis, ontwaar je nu al de eerste slikplaten, gevormd door het in- en uitstromende Scheldewater. In het najaar blijven grote delen van het gebied ook bij eb onder water staan. In het voorjaar zijn de slikken en schorren een niet te versmaden paradijs voor heel wat trek- en broedvogels. Soorten als porseleinhoen, blauwborst, zomertaling en slobeend brengen er het broedseizoen door. De tureluur – een primeur voor de omgeving – en kleine plevier beleven er hun eerste broedsucces.

Ook het visbestand herstelt zich. Voor de inrichting van het gebied zwom in de centrale gracht enkel een handvol stekelbaarsjes. Vandaag al telt Bergenmeersen twintig verschillende vissoorten, met onder andere baars, bot, blank- en rietvoorn. Dat succes is te danken aan het ingenieuze sluizensysteem waardoor vissen ongehinderd naar de Schelde kunnen en terug. De heropleving van het visbestand is dan weer goed nieuws voor de grote zilverreiger, blauwe reiger en ooievaar.

Dominiek Decleyre van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) ziet de toekomst voor de plaatselijke natuur rooskleurig in: “Straks kijk je hier uit over een ruime slikvlakte van 10 hectare en 30 hectare ondoordringbare wilgenvloedbossen op de hoger gelegen schorren. Daar vinden de blauwborst en kleine karekiet ongetwijfeld een rustige plek om te broeden.”

Lillo, een groene parel in de haven
Verassend: ook pal in de Antwerpse haven – in de Potpolder van Lillo, 10 hectare groot – kan je op heerlijke natuur botsen. Eind 2012 werd dit gebied ontpolderd. Na de bouw van een nieuwe ringdijk landinwaarts werd de bestaande dijk rond de polder doorgestoken. Zo krijgt de Schelde dit ingepolderde gebied terug en kunnen slikken en schorren er opnieuw floreren. In het slik vinden waadvogels voedsel bij de vleet. Het slik wordt immers gekoloniseerd door bodemdiertjes als wadkreeftjes en veelkleurige zeeduizendpoten. Wulp, wilde eend, krakeend, wintertaling en bergeend zijn er vaak geziene gasten. Het visdiefje, de kluut, de oeverzwaluw en de kleine plevier ontdekken het schiereiland langs de Schelde en de dijk als een uitstekende broedplaats. De ontwikkeling van schorren zal niet lang op zich laten wachten. Al zullen die er anders uitzien dan in Bergenmeersen, weet Wim Mertens van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB): “Hier in Lillo is het Scheldewater brak, wat de groei van wilgen onmogelijk maakt. Op de schorren verwachten we een lage begroeiing met zeeaster, zeebies en zilte rus. Die planten zijn namelijk prima bestand tegen een portie zout.”

Grootse natuur in de Polders van Kruibeke
Het gecontroleerde overstromingsgebied in Kruibeke, Bazel en Rupelmonde is nog niet toegankelijk; de laatste fase van de werken is er nog aan de gang Wel kan je tijdens de maandelijkse polderwandelingen al proeven van de topnatuur in dit 600 hectare grote gebied. In de zones die onder invloed van het getij komen te staan, ontstaat een grillig landschap met geulen, kreken en partijen riet. Een nieuw paradijs voor water- en rietvogels is in de maak. Op termijn zullen de Polders van Kruibeke 300 hectare slikken en schorren herbergen. In de niet-tijgebonden delen van de polders zorgen de aanleg van lokale stuwtjes en nieuwe waterpartijen alsook de verbreding van grachten straks voor een natter polderlandschap. Dat moet uitmonden in 145 hectare natte elzenbroekbossen en 150 hectare weidevogelgebied. Voor het beheer van dat weidevogelgebied wordt nauw samengewerkt met lokale landbouwers. Hun aangepaste weidebeheer spreidt het bedje voor grutto, tureluur en scholekster. Laurent Vanden Abeele van het ANB heeft goed nieuws voor al wie op zoek is naar weidse riviernatuur: “De Polders van Kruibeke worden een natuurpark met Europese allures. Imposante natuur, die je via wandel- en fietspaden kunt ontdekken. Via vlonderpaden kan je ook minder toegankelijke natuur, zoals de slikken en schorren, van dichtbij beleven. De eerste werken voor die recreatieve inrichting schieten goed op.”

Meer veiligheid dankzij de natuur
De uitvoering van het Sigmaplan loopt nog tot 2030. Tijd voor een tussenbalans. Wim Dauwe van Waterwegen en Zeekanaal NV (W&Z): “Er zijn nog tal van projecten in voorbereiding of in uitvoering. Maar ondertussen staat het als een paal boven water dat het Sigmaplan uitgekiende veiligheidstechnieken wonderwel weet te combineren met de ontwikkeling van zeldzame natuur. De Vlamingen worden beter beschermd tegen overstromingen. En tegelijk komen we tegemoet aan de internationale verplichtingen van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn, én aan de behoefte aan meer groen en ademruimte in het verstedelijkte Vlaanderen.”

Hieronder bij 'bestanden' vind je enkele beelden van de gebieden.