De voorbije honderd jaar kenden we geen droger voorjaar dan dat van 2025. Al is het moeilijk om nog van een uitzondering te spreken: sinds 2017 zijn droge lentes en zomers schering en inslag. Volgens het European Drought Observatory staat Europa, van Engeland tot de Zwarte Zee, een hete, droge zomer te wachten. België is nu al één van de zwaarst getroffen regio’s.
De gevolgen van droogte
Je weet dat de droogte nijpend wordt wanneer het woord ‘captatieverbod’ in de kranten verschijnt. Landbouwers mogen dan geen water meer oppompen uit de waterlopen om hun gewassen te bewateren. Hopelijk kunnen ze rekenen op eigen reserves of proceswater van lokale bedrijven. Rivieren en kanalen verder leegpompen is geen optie: als er te weinig water doorstroomt, sterven vissen door zuurstoftekort en neemt de verzilting in kuststreken toe. Bovendien zijn niet alleen landbouwers afhankelijk van onze waterlopen: ook de industrie rekent erop, de scheepvaart drijft erop en wij drinken ervan.
Als de droogte aanhoudt, raakt ook de natuur op het land in de problemen. De natuurgebieden de Buylaers en de Daknamse Meersen in Lokeren verwelkomden dit jaar bijvoorbeeld geen jonge ooievaar. Hoewel er negen eieren werden gelegd, overleefde geen enkel kuiken: door de droogte was er te weinig voedsel. Voor natuurbranden hoeven we in België doorgaans niet te vrezen, behalve als het maar niet wil regenen – zoals in 1976, de zomer van de grootste Belgische bosbrand.
Waarom is het droog?
Dat de klimaatverandering meespeelt, had je wellicht al geraden. Maar hoe precies? Het begint allemaal bij warmere lucht. Die kan meer water vasthouden vooraleer er wolken ontstaan en het water terug neerslaat. Ondertussen blijft de bodem meer vocht afgeven. Tegelijk worden de luchtstromen trager, wat leidt tot extreme verschillen: op de ene plaats ontstaat een waterbom, op de andere blijft het kurkdroog.
Dat is een zichzelf versterkend proces. Uit een droge bodem verdampt minder water, waardoor hij sneller opwarmt en je sneller hittegolven krijgt. Het gevolg is stilaan voor iedereen herkenbaar: lange periodes van droge hitte, afgewisseld met korte, hevige regenbuien. Dan valt er ineens veel water dat meteen wegstroomt, zonder het grondwaterpeil aan te vullen. Ook dat is een vicieuze cirkel.
Wat doen we eraan?
De strijd tegen de droogte is een werk van vele handen. Hier focussen we op de bijdrage van het Sigmaplan, die we op verschillende fronten leveren.
Om te beginnen draait het Sigmaplan rond water bufferen. Daarmee voorkomen we overstromingen én krijgt het water de kans om in de bodem te sijpelen en het grondwater aan te vullen. Het is een van de redenen waarom we overstromingsgebieden inrichten als natte natuur: zo houden ze veel water vast en geven het traag terug af.
Ook het herstellen van historische meanders, zoals in de Demervallei, vervult die dubbele rol. Al die rivierkronkels houden meer water vast en laten het trager wegstromen. Bovendien stuwen onze ingrepen het water omhoog bij een lage afvoer. Dat beperkt het wegstromen van grondwater in droge periodes.
Ten slotte maakt het Sigmaplan de nieuw ontwikkelde en herstelde gebieden weerbaarder tegen droogte. Overstromingsgebieden en meanders vergroten de waterbeschikbaarheid niet alleen, ze verbeteren ook het zuurstofgehalte in het water: ze brengen er met hun bochten en in- en uitwateringssluizen extra beweging in, en vergroten zo het contactoppervlak tussen water en lucht.
Het effect wordt zichtbaar. Terwijl het grondwaterpeil in heel Vlaams-Brabant in het rood staat, blijft het in het Demerbekken relatief stabiel. De aanpak werkt, maar de nood is hoog. Daarom blijven we met het Sigmaplan onverminderd verder werken aan een veilig en natuurlijk Vlaanderen – of er nu water is met hopen, of we met z’n allen hopen op regen.