Wat betekent ontpolderen precies?
Vroeger legden we polders aan door de rivier met dijken buiten te houden. Bij ontpoldering draaien we dat principe om: we herstellen de verbinding tussen het gebied en het getij, zodat het water er opnieuw vrij in en uit kan stromen. Dat zorgt voor extra ruimte voor de rivier, vooral belangrijk bij hoge waterstanden. In het Hedwige-Prospergebied, op de grens tussen Vlaanderen en Nederland, gaven we 465 hectare terug aan de Schelde. Het resultaat: een dynamisch getijdengebied dat zowel de waterveiligheid als de natuur ten goede komt.
Kleine daling, grote betekenis
De studie vergeleek getijmetingen van twee jaar vóór en twee jaar na de ontpoldering. Bij doodtij daalde de hoogwaterstand in Antwerpen met 1 tot 2 cm, bij springtij met 3 tot 5 cm. Ter hoogte van Liefkenshoek, stroomopwaarts van de polder, zijn de effecten het sterkst. Door het beperkt optreden van stormtijen sinds de ontpoldering konden hiervoor nog geen effecten worden bepaald.
Natuur als bondgenoot
De ontpoldering van de Hedwige-Prosperpolder maakt niet alleen Vlaanderen veiliger, maar versterkt ook de natuur. Door de terugkeer van slikken en schorren ontstaat waardevolle getijdennatuur die onder meer vogels, vissen en zeehonden aantrekt. Bovendien werkt deze natuur als een spons en buffer: ze tempert de golfslag, vangt piekdebieten op en filtert het rivierwater. Het Hedwige-Prospergebied vormt nu samen met het Verdronken Land van Saeftinghe het grootste brakwatergetijdengebied van West-Europa. Een unieke plek waar veiligheid en natuurontwikkeling samen het verschil maken.
Meer weten? Check het volledige rapport via ‘Het effect van de ontpoldering van de Hedwige- en Prosperpolder op de getijvoortplanting in het Schelde estuarium | Vlaanderen.be’.