Wat levert ruimte voor water ons écht op?

In 1976 liep Ruisbroek onder water. Die ramp leidde tot het Sigmaplan, dat Vlaanderen vandaag beter beschermt tegen overstromingen. Tegelijk zorgt het plan voor meer natuur en helpt het ons omgaan met klimaatverandering.

An van Griensven
Ann Van Griensven (VUB), ©Marco Mertens

Voor het Sigmaplan was de strategie simpel: wanneer rivieren uit hun oevers dreigden te treden, werden dijken opgehoogd, in een poging om het water te temmen. “Het Sigmaplan brak met die traditie”, zegt hydrologe Ann Van Griensven (VUB). “Al vanaf het begin gaf men ruimte aan het water door overstromingsgebieden in te richten. Vandaag is dat de hoeksteen van het beleid.”

Veiligheid én natuurherstel

Vlaanderen ontwikkelde hiervoor een unieke oplossing: het Gecontroleerd Overstromingsgebied met Gereduceerd Getij (GOG-GGG). Een GOG-GGG combineert veiligheid met natuur. Bij stormtij vangt het gebied water op om dorpen te beschermen, maar dagelijks stroomt er ook rivierwater binnen en buiten via sluizen. Zo ontstaan er slikken en schorren. Dit unieke systeem helpt dus niet alleen wateroverlast tegen te gaan, het herstelt ook de biodiversiteit in getijdenrivieren.

Even hoog als water dan in 1976

“In het pilootgebied Lippenbroek in Hamme bleek dit een succesformule voor zowel waterveiligheid als natuurherstel”, legt professor Van Griensven uit. “En onder meer in het Scheldebekken zijn er ondertussen al waterstanden geweest die even hoog als lagen dan bij de waterramp in Ruisbroek. Maar zonder erg. Vlaanderen is daar echt innovatief geweest.” Ondertussen werden meerdere gebieden afgewerkt en die keten beschermt tegen overstromingen bij stormtij.

Het buitenland kijkt mee

Zozeer zelfs dat we met het Sigmaplan een unieke oplossing in handen hebben voor waterbeheer in getijdenrivieren, een die veiligheid combineert met natuurontwikkeling. Landen als de Verenigde Staten, China en Roemenië komen naar onze expertise kijken. “Onder meer in de Donaudelta, maar ook op andere plekken, worden onze oplossingen overgenomen”, zegt de professor.

Klimaat schuift eindmeet op

De uitdagingen nemen echter ook toe. De klimaatverandering zorgt bijvoorbeeld voor almaar intensere neerslag, extremere stormen en een stijgende zeespiegel. Van Griensven benadrukt dan ook dat het Sigmaplan een continu proces is, het zal niet snel volledig af zijn. "Met de klimaatverandering is het moeilijk om te beslissen dat we klaar zijn. Het einddoel is eigenlijk een moving target”, zegt ze.

Nieuwe natuur beschermt de dorpen

De meeste bewoners beseffen ondertussen wel de voordelen van de nieuwe   natuurgebieden, wetlands en ontpolderingen die hun dorpen beschermen. Dat was in de begindagen soms wel anders. “Sommige projecten stuitten aanvankelijk op veel protest”, zegt Van Griensven. “Het is dus belangrijk dat iedereen zich bewust is van de meerwaarde en van de redenen waarom we die maatregelen nemen.”

Meer impact door slimme koppelingen

Voor de komende jaren ziet de professor kansen in synergieën tussen projecten zoals het Sigmaplan en de verschillende ‘Blue Deal’-initiatieven. Daarmee bindt Vlaanderen de strijd aan met waterschaarste en droogte door in te zetten op waterretentie, ontharding en een circulair watergebruik. “De Blue Deal was tot nog toe vrij kleinschalig”, zegt Van Griensven. “Dat mag gerust nog opgeschaald worden. Het doel blijft een brede aanpak waarbij het volledige landschap wordt betrokken om Vlaanderen weerbaar te maken tegen de grillen van het klimaat en van het water.”

 

 

mail

Op de hoogte blijven?
Schrijf je nu in op de nieuwsbrief.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws over het Sigmaplan? Schrijf je dan in voor de digitale nieuwsbrief.

Schrijf me in voor de nieuwsbrief

help_outline

Any further questions?
Contact us.

If you have any questions or suggestions, get in touch and we will be happy to help.

Go to contact