Vorige zomer kampten de omwonenden van de Schelde tussen Gentbrugge en Melle opnieuw met een hardnekkig knijtenprobleem. Door rietgroei te stimuleren en de rivier meer debiet te geven, willen waterwegbeheerder De Vlaamse Waterweg nv en de stad Gent dat scenario dit jaar vermijden. Vanaf volgende week worden daarom extra geulen gegraven in het slib.  

Waar rivieren zijn, kunnen knijten opduiken. Het zijn kleine, venijnige steekvliegjes die goed gedijen in natte natuur en hun eitjes leggen in vers slib. Die omstandigheden zijn massaal aanwezig langs de Schelde tussen Gentbrugge en Melle. Bij gebrek aan natuurlijke stroming is de Schelde er immers aangezand. Omdat er geen bovendebiet (bovenstroming) is in de Schelde zelf, worden larven van de knijten niet weggespoeld. Zeker in droge periodes doet dat de knijtenpopulatie explosief aangroeien, met netelige gevolgen voor omwonenden. De aanzanding is bovendien nefast voor de overstromingsveiligheid, omdat het slib de aanvoer van water uit zijwaterlopen naar de Schelde bemoeilijkt.

Overstromingsgevaar en knijtenprobleem inperken

Via het Sigmaproject Scheldemeander Gent-Wetteren, met onder meer de bouw van een constructie in Heusden, wil de Vlaamse Waterweg nv binnen enkele jaren opnieuw een vlotte afvoer van het Scheldewater garanderen. Het Sigmaproject moet het overstromingsgevaar beperken, en meteen ook de getijdennatuur herstellen tussen Gentbrugge en Melle. De ingrepen van het Sigmaplan zouden ook het knijtenprobleem verhelpen. In afwachting van de uitvoering van het project neemt de waterwegbeheerder in samenspraak met onder andere de gemeente Destelbergen en de stad Gent verschillende maatregelen. Astrid De Bruycker, schepen van Gelijke Kansen, Welzijn, Participatie, Buurtwerk en Openbaar Groen bij stad Gent: “We nemen de klachten rond de knijtenoverlast ernstig. We hebben daarom sinds vorig jaar alle betrokkenen, inclusief buurtbewoners, samengebracht om tot gedragen acties en oplossingen te komen. Ons doel is om de overlast zoveel mogelijk te beperken. Bijkomende geulen graven past binnen die aanpak.”

Nuttige geulen in het slib

In december vorig jaar zette De Vlaamse Waterweg nv al twee kokers open in de stuw van Gentbrugge, om meer water door de Scheldemeander te laten stromen. Dat zorgt intussen voor een sterker bovendebiet en geulvorming in het slib. Op die manier kan het Scheldewater het slib beter bevloeien en meteen ook de knijteneitjes en -larven wegspoelen. Om die dynamiek te versterken, zal de waterwegbeheerder vanaf volgende week extra geulen graven in het slib, op de rechteroever van de Scheldemeander. Of de maatregelen het beoogde effect hebben, wordt nauwlettend in de gaten gehouden door het INBO (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek). Naast de monitoring van verontreiniging in het slib staat volgende week een dronevlucht ingepland, om in kaart te brengen hoe de geulvorming in de meander momenteel verloopt. 

Rietkragen stimuleren

Deze week ging ook een proefproject van start om rietgroei te stimuleren op de aangeslibde oevers. “Die rietkragen schieten snel op, breiden zich makkelijk uit en onttrekken vocht aan het slib. Op die manier kunnen de knijtenlarven er zich veel moeilijker ontwikkelen”, stelt Michaël De Beukelaer-Dossche, projectleider van De Vlaamse Waterweg nv. De stad Gent en de waterwegbeheerder bekijken of ze op andere plaatsen in het slib, waar riet minder makkelijk groeit, wilgen kunnen aanplanten. Een andere optie die wordt onderzocht is om aan de bovenzijde van de oeverhelling sleedoorn aan te planten en zo een ‘windscherm’ te laten groeien dat knijten kan tegenhouden. Omdat hiervoor wat ruimte nodig is, kan dit enkel aan de zuidelijke kant van de Schelde.