Ruimte voor water wérkt: wat Frankrijk van Vlaanderen kan leren

De uitzonderlijke overstromingen in Frankrijk tonen hoe snel wateroverlast kan escaleren als regen wekenlang aanhoudt en bodems verzadigd geraken. Ze maken duidelijk hoe belangrijk het is om vooruit te denken en water de ruimte te geven die het nodig heeft. Rond de Schelde en haar zijrivieren doen we dat al jaren via het Sigmaplan.

Zennegat_Benjamin
Het Zennegat tijdens storm Benjamin in oktober 2025, ©Thomas Bruyninckx

Al meer dan een maand valt er in grote delen van Frankrijk vrijwel onafgebroken regen. Die lange periode van neerslag zorgt ervoor dat de bodem geen extra water meer kan opnemen. Rivieren treden buiten hun oevers, wegen worden afgesloten, duizenden inwoners zitten zonder stroom of drinkwater en het noodweer zet reddingsdiensten zwaar onder druk. Het is een situatie die al dertig jaar niet meer is voorgekomen.

Ook Vlaanderen weet hoe ingrijpend overstromingen kunnen zijn. De watersnood in Ruisbroek in 1976 staat nog in het collectieve geheugen gegrift. Een hevig stormtij joeg het water in de Schelde en haar zijrivieren zo hoog op dat een dijk het begaf. Grote delen van Ruisbroek en Walem kwamen onder water te staan en honderden inwoners moesten hun huizen verlaten. Die dramatische gebeurtenis werd een kantelpunt: ze vormde de aanleiding voor een doordacht en toekomstgericht waterbeleid, met het Sigmaplan als hoeksteen.

Van reageren naar vooruitdenken

De gebeurtenissen in Frankrijk leggen opnieuw bloot hoe kwetsbaar onze samenleving is voor extreem weer. Langere periodes van regen of droogte en intensere buien zetten onze leefomgeving onder druk. Door de hoge verhardingsgraad in stedelijke gebieden kan dat water nergens naartoe.

In Frankrijk loopt meer dan een kwart van de bevolking risico op wateroverlast door overstromende rivieren. Toch lag de focus lange tijd op geïsoleerde aanpassingen en technische bescherming, zoals dijken en dammen. Sinds 2014 is echter een duidelijke koerswijziging ingezet, met de invoering van de Stratégie Nationale de Gestion des Risques d’Inondations. Die maakt een proactieve en gebiedsgerichte aanpak verplicht. In 2018 werd waterberging ook lokaal juridisch verankerd via de GEMAPI‑hervorming. Zo evolueerde Frankrijk de voorbije tien jaar naar een geïntegreerde aanpak waarin ruimte voor water een centrale rol speelt in de preventie van overstromingen.

Kort uitgelegd: pluviaal of fluviaal? 

In Frankrijk zorgt de niet-aflatende regen voor twee soorten wateroverlast. Bij pluviale overstromingen valt er in korte tijd zoveel neerslag dat het landschap het water niet snel genoeg kan opvangen of afvoeren. Straten en lagergelegen zones lopen dan onder.

Bij fluviale  of rivieroverstromingen treden rivieren buiten hun oevers omdat ze meer water moeten verwerken dan hun bedding aankan. Ook dat kan het gevolg zijn van langdurige regen in het stroomgebied, of van een stormtij dat enorme hoeveelheden water de rivier op stuurt. De combinatie van de twee maakt de huidige situatie in Frankrijk zo moeilijk te beheersen.

Waterberging als troef

Ook in Vlaanderen zet het Sigmaplan al jaren in op ruimte voor water. Het Sigmaplan is in de eerste plaats gewijd aan het voorkomen van fluviale overstromingen in de Schelde- en de Demervallei. In de Scheldevallei ligt de focus op bescherming tegen een stormtij, dat veel zeewater het binnenland in kan jagen. In de Demervallei gaat het eerder over het stroomafwaarts opvangen van hogere waterstanden door zware neerslag.

Door water gecontroleerd op te vangen vóór het problemen veroorzaakt, zorgen we ervoor dat Vlaanderen ook bij extreme weersomstandigheden weerbaar blijft.  Dat doen we via ontpolderingen en gecontroleerde overstromingsgebieden. Zo verlagen de waterstanden stroomopwaarts en verkleint het risico op schade in woonkernen. Een gebied als Polders van Kruibeke zorgt er dan voor dat de druk op de dijken verder stroomopwaarts minder groot wordt.

Zulke gebieden werken bovendien volledig autonoom. Er ontstaan zo waardevolle natuurgebieden die de biodiversiteit versterken en bijdragen aan een aantrekkelijke leefomgeving. Een voorbeeld is het Hedwige-Prosperproject, dat niet alleen de waterveiligheid verhoogt, maar ook robuuste getijdennatuur ontwikkelt.

Daarnaast investeert De Vlaamse Waterweg in monitoring, voorspellingsmodellen en een gecoördineerde aansturing bij stormen, zoals recent nog bij storm Benjamin. Zo kunnen sluizen en stuwen tijdig worden ingezet. Die combinatie van infrastructuur, technologie en natuur zorgt ervoor dat we snel en doordacht kunnen handelen.

Leren van wat we vandaag zien

De situatie in Frankrijk toont hoe belangrijk het is om goed voorbereid te zijn als bepaalde systemen verzadigd raken. De combinatie van heel veel regen, toenemende verharding en een beperkte infiltratiecapaciteit, zeker in combinatie met rivieren die de hoeveelheid water niet meer aankunnen, kan ongeziene schade aanrichten. 

Met het Sigmaplan kiest Vlaanderen bewust voor vooruitdenken. Door ruimte te reserveren voor water, natuurlijke processen te herstellen en slim waterbeheer centraal te zetten in onze ruimtelijke keuzes, verkleinen we het risico op zware overstromingen. Zo investeren we in een veilige, kwalitatieve en toekomstbestendige leefomgeving. 

Een plan, veel toepassingen

Het Sigmaplan focust in eerste instantie op bescherming tegen fluviale overstromingen. Diezelfde maatregelen hebben ook een breder nut, ze helpen bijvoorbeeld om meer water vast te houden.  Meer ruimte geven aan de rivier, zorgt ook voor herstel van natte natuur. Beide worden gecombineerd in wetlands zoals de Kalkense Meersen, die werken als spons voor de bovenstroomse afvoer van water. 

 

mail

Op de hoogte blijven?
Schrijf je nu in op de nieuwsbrief.

Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws over het Sigmaplan? Schrijf je dan in voor de digitale nieuwsbrief.

Schrijf me in voor de nieuwsbrief

help_outline

Any further questions?
Contact us.

If you have any questions or suggestions, get in touch and we will be happy to help.

Go to contact