De ramp van 1927
De meest destructieve rivieroverstroming in de geschiedenis van de VS vond plaats in 1927. Na maanden van hevige neerslag brak de Mississippi op meer dan 145 plaatsen door de dijken. De resultaten waren catastrofaal: meer dan 70.000 km² land overstroomde, 500 mensen lieten het leven en nog eens 700.000 mensen bleven dakloos achter. De schade bedroeg 1 miljard dollar: een derde van het toenmalige budget van de hele federale overheid.
Eén van de oorzaken van de ravage was net de manier waarop men overstromingen had proberen te voorkomen. Net als heel wat Vlaamse rivieren was de Mississippi in een keurslijf gedwongen door zijtakken af te sluiten en de rivier recht te trekken. Daardoor stroomde het water sneller en werd de bedding dieper uitgeschuurd. In combinatie met kilometerslange dijken moest die strategie overstromingen voorkomen.
In de praktijk gebeurde het omgekeerde: al het regenwater uit het immense afwateringsgebied werd in snel tempo stroomafwaarts gevoerd, waardoor het waterpeil gevaarlijk hoog klom. Toen de dijken het finaal begaven, was de impact des te groter. Bovendien waren heel wat bossen en wetlands, die het water hadden kunnen opvangen, de jaren voordien gerooid en drooggelegd.
Toen de desastreuze watermassa New Orleans naderde, grepen enkele invloedrijke zakenmensen naar een noodmaatregel. Met 30 ton dynamiet werd stroomopwaarts een dijk opgeblazen, waardoor enkele minder dichtbevolkte gebieden overstroomden, in de hoop het water weg te leiden van de stad. Na de explosie braken echter nog enkele andere dijken, nóg verder stroomopwaarts, waardoor de hele operatie overbodig bleek. New Orleans was gered, maar tegen een hoge prijs.
Later kwam ruimte voor water
De ramp van 1927 maakte één ding pijnlijk duidelijk: lokale oplossingen werkten niet. Vanaf dan nam de federale overheid de touwtjes in handen en ging men waterveiligheid op rivierniveau bekijken. Een aanpak die het Sigmaplan ook toepast. Maar anders dan in Vlaanderen bleef men nog decennialang focussen op versnelde waterafvoer en infrastructuurwerken. Dijken werden versterkt, rivierbochten afgesneden en wetlands drooggelegd. Dat leidde meermaals tot nieuwe catastrofale overstromingen: in 1936, 1973 én 1993.
Pas na 1993 gooide de federale overheid het over een andere boeg. In navolging van de Schelde kreeg ook de Mississippi opnieuw meer ruimte. Grote stukken overstromingsgevoelige grond werden opgekocht en ingericht als overstromingsgebied. Landbouwers gingen nieuwe technieken toepassen en wetlands werden hersteld om de afvoer van water te vertragen. Het doel: meer dan drieduizend vierkante kilometer overstromingsvlakte opnieuw verbinden met de rivier en inrichten als een waardevolle natuurlijke habitat.
Net als de Schelde stroomt de Mississippi echter door dichtbevolkte gebieden en langs landbouwgronden en industrieterreinen. Veel ruimte voor overstromingsgebieden was - en is - er dus niet. Daarom ontwikkelde The Nature Conservancy, een Amerikaanse natuurorganisatie, een tool waarmee lokale gemeenschappen de meest geschikte locaties kunnen bepalen - met de grootste voordelen op het vlak van waterkwaliteit, natuurherstel en waterveiligheid.
De resultaten mogen er zijn
Het (voorlopig) grootste natuurherstelproject en overstromingsgebied in de Mississippi-vallei was vroeger een sojaplantage. Het gebied bleek niet geschikt voor intensieve landbouw, waardoor het domein verdween. In 2009 werden de dijken langs de rivier doorbroken, en een jaar later begon The Nature Conservancy het gebied om te vormen tot een overstromingsbos. Inmiddels groeien er onder meer eiken, essen en moerascipressen, en vormt de regio een tussenstop voor trekvogels. Het landschap staat opnieuw in direct contact met de rivier, zodat vissen in de herstelde wetlands naar voedsel kunnen zoeken.