Wat zijn de gevolgen?
Het meest voor de hand liggende risico is dat laaggelegen gebieden permanent onder water komen te staan, maar andere gevolgen zijn al voelbaar lang voor het zover is – ook in Vlaanderen.
Voor het Sigmaplan is stormvloed, om te beginnen, een belangrijk aandachtspunt. Stormweer kan een enorme watermassa richting het land duwen, wat tot overstromingen leidt. Dat risico is nog groter als zulk noodweer samenvalt met hoog- of springtij: dan krijgen we stormtij. Rond een getijdenrivier als de Schelde krijgen we daar geregeld mee te maken. Hoe hoger de zeespiegel, hoe groter de impact van stormvloeden.
Daarnaast veroorzaakt de stijgende zeespiegel meer kusterosie. De golven beuken met steeds meer kracht in op de kustlijn, en sleuren zo zand en sediment de zee in. Onze Noordzeekust blijft niet gespaard: in 2023 moest 710.909 kubieke meter zand worden opgespoten om onze stranden in stand te houden – een dure ingreep, want strandzand is niet bepaald overvloedig voorhanden.
Nog een onzichtbaar gevolg speelt zich af onder onze voeten: verzilting. Zowel in de monding van rivieren als in het grondwater langs de kust houden zoet en zout water elkaar in een fragiele balans. Wanneer de zeespiegel stijgt, stijgt ook de druk van zout water en kunnen grondwaterreserves, gronden en rivierdelta’s verzilten. Dat bedreigt niet alleen natuur en landbouw, maar ook onze drinkwatervoorziening.
Wat kunnen we eraan doen?
De klimaatverandering aanpakken is de eerste stap. Maar zelfs als we daar vandaag nog in zouden slagen, blijft een aanzienlijke zeespiegelstijging onvermijdelijk. Daarom moeten we ons aanpassen.
Fysieke barrières zoals dijken en muren zijn onmisbaar, zeker in sterk bebouwde gebieden zoals havens. Zo heeft het Sigmaplan ondertussen al bijna 500 km aan dijkwerken gerealiseerd. Bij het actualiseren van het Sigmaplan bekijken we onder meer hoeveel hoger, breder en steviger onze dijken moeten zijn, nu de zeespiegel sneller stijgt dan verwacht. Maar infrastructuur alleen volstaat niet. Dijken beschermen je bijvoorbeeld niet tegen een waterbom die uit de lucht komt vallen, zoals in 2021 in Wallonië gebeurde.
Gelukkig bestaan er natuurgebaseerde oplossingen die perfect aanvullend werken op fysieke ingrepen. Natuur biedt dus niet alleen een klimaatrobuuste aanpak, maar is tegelijk ook een essentieel onderdeel van het Sigmaplan. Vlaanderen heeft immers de Europese verplichting om bepaalde habitats en soorten te beschermen. Met de actualisatie van het Sigmaplan hebben we bewust gekozen om klimaatadaptatie en natuurherstel samen te brengen in één geïntegreerde aanpak. Zo werd de beperkte beschikbare ruimte in Vlaanderen optimaal benut. De filosofie erachter is dat we weer meer ruimte geven aan het water, ondertussen al een goede 2.500 hectare meer. Dat kan op heel wat verschillende manieren.
We helpen de natuur ons helpen
De bekendste oplossing die de natuur ons biedt, zijn wetlands. Dat principe vind je ook op veel plaatsen buiten het Sigmaplan. Maar een aantal Sigmagebieden zoals Wal-Zwijn, voegen daar nog een bijzonder element aan toe. We laten ze elke dag overstromen op het ritme van de getijden met speciaal ontworpen sluizen. Zo ontstaat er een landschap van waardevolle natte natuur. Bij stormtij, wanneer de hogere zeespiegel extra water de Schelde opduwt, krijgt de rivier in deze gebieden meer ruimte om dat water op te vangen.
Daarnaast combineren we vaak dijken en overstromingsgebieden met een ontpoldering, zoals Groot Schoor of de Hedwige-Prosperpolder. We geven dan land terug aan de rivier door openingen te maken in de dijk. Natuurlijk bouwen we dan eerst een nieuwe dijk landinwaarts. In het gebied tussen de oude en nieuwe dijk, kan het water vrij in- en uitstromen. Zo ontstaat ook hier een landschap van slikken en schorren. Bij stormvloed bufferen ze het water en remmen het af voor het de nieuwe dijk bereikt. Zo krijgt de dijk het minder hard te verduren. Buiten het Sigmaplan wordt een gelijkaardig principe gebruikt, waarbij levende kustlijnen, zoals oesterbanken en mosselriffen, een eerste verdedigingslinie vormen voor de kust.
Dieper landinwaarts geeft het Sigmaplan rivieren zoals de Grote Nete en de Demer meer ruimte door ingrepen zoals het herstel van meanders en winterbeddingen. Bij de hermeandering van de Demer bijvoorbeeld, verbinden we de rivier opnieuw met haar slingerende bochten. Vroeger hebben mensen de waterloop juist rechtgetrokken, maar daardoor wordt het water sneller naar de zee afgevoerd. Dat heeft allerlei negatieve neveneffecten, zoals minder beweging en dus minder zuurstof en dus minder vissen in het water. Tussen de meanders graven we de bestaande Demerdijk af, zodat de rivier haar natuurlijke, bredere winterbed kan innemen. Die ingrepen maken de Demer een meer effectieve waterbuffer voor de omgeving.
Bovendien houden al deze natte natuurgebieden en meanders het water langer vast. Dat is heel interessant gezien Vlaanderen een van de droogste regio’s van Europa is geworden. Door water langer vast te houden, heeft het de kans om door te sijpelen naar het grondwater. In de buurt van de kust heeft dat een extra voordeel, want een hogere grondwaterspiegel helpt tegen verzilting.
Uitdagingen creëren kansen
De stijgende zeespiegel is een grote uitdaging, maar biedt ook kansen. Slimme oplossingen, zoals natuurlijke bufferzones, versterken niet alleen onze bescherming tegen water, maar creëren ook waardevolle natuur en recreatiemogelijkheden. Zo bouwen we met elke actualisatie van het Sigmaplan verder aan een veilig, veerkrachtig en aantrekkelijk Vlaanderen.